In september 2027 stopt Paulus Jansen als bestuurder van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB). Meer dan vijftig jaar draaide zijn loopbaan om kwaliteit en kwaliteitsborging in de bouw. Dit interview is de opmaat voor een serie columns waarin Jansen – op eigen titel – zijn analyse en conclusies over de ontwikkeling van bouwkwaliteit en bouwtoezicht deelt.

Zijn die conclusies in beton gegoten? “Nee, want de werkelijkheid van nu is niet die van tien of vijftig jaar geleden. Toch is er veel te leren van de historie bij het bedenken van de oplossingen voor de problemen van vandaag en morgen. Een ezel stoot zich niet twee keer aan dezelfde steen.” We starten met een vooruitblik op de thema’s die aan de orde komen in deze bijzondere en persoonlijke reeks.

Beeld: © TloKB

Regels zijn nodig waar de markt het niet oplost

“Landen met veel regels en een sterke overheid scoren het hoogst op de wereldwijde ranglijst van gelukkigste inwoners. Nederland hoort daarbij. Toch zijn die gelukkige inwoners vaak sceptisch over overheidsregels: te duur, vertragend, bemoeizuchtig. Dat geldt ook voor kwaliteitseisen voor de bouw. Vorig jaar deed de adviesgroep STOER (Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving) in opdracht van toenmalig minister Mona Keijzer een flink aantal voorstellen om dor hout te kappen. Maar als ik hun advies lees, concludeer ik dat hierbij ook de nodige jonge aanplant gesneuveld is.”

Als voorbeeld van ondoordacht dereguleren wijst Jansen op de versoepeling van het Bouwbesluit in 2003, waardoor bouwers niet langer verplicht waren woningen van een buitenberging en een balkon te voorzien. Het argument destijds: de markt regelt het zelf. “De uitkomst kennen we: binnen twee jaar verdwenen die voorzieningen bij de goedkope appartementen.” Deze deregulering werd daarna teruggedraaid. “Dat was een goede les. Dor houtkappers met grote slagen vergeten te vaak dat de bouwregels er niet alleen zijn om de belangen van opdrachtgever en eigenaar van gebouwen te beschermen, maar ook die van huurders, bezoekers, aanwonenden, mensen met een functiebeperking. Ze dienen een breder maatschappelijk belang. Denk aan het klimaatbestendig maken van de gebouwenvoorraad. Als je daar geen toekomstgerichte regels voor opstelt, zadel je onze kinderen met een gevaarlijke erfenis op.”

De Wet kwaliteitsborging bouw zorgt voor transparantie

Sinds 2024 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen ingevoerd voor nieuwbouw in gevolgklasse 1. Is er al sprake van winst ten opzichte van het oude stelsel? Jansen: “De grootste winst zit hem in de transparantie en grotere uniformiteit. Vroeger deed iedere gemeente het toezicht op eigen wijze. Nu ontstaat voor het eerst één landelijk beeld van de kwaliteit van de Nederlandse bouw.”

Het kwaliteitstoezicht van TloKB geeft ook een steeds beter beeld welke bepalingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) onvoldoende worden nageleefd. Jansen: “Bij ons jaarverslag 2025 werd dat overzicht door sommige critici als klein bier bestempeld. Ik herinner me echter nog goed waarom de legionella-eisen zijn ingevoerd na Bovenkarspel (1999). Ook zouden veel bewoners maar al te blij zijn als de voorschriften voor het weren van muizen en ratten serieus genomen worden.” Maar wat schieten we met die transparantie op? “Volksvertegenwoordigers beschikken straks over een betere feitenbasis om hun bestuurders te controleren en zwaktes in de wet te verbeteren. Ook gaat de Raad van Arbitrage het druk krijgen met het beslechten van geschillen over gebreken bij de oplevering, nu de aansprakelijkheid van bouwbedrijven tegelijk met de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) aangescherpt is. Dat gaat disciplinerend – dus kwaliteitverhogend – werken.”

Er kan nog veel beter

“Er kan nog veel beter”, concludeert Jansen. En met een blik op de kalender benadrukt hij: “De tijd om dat te regelen is nu.” Met de evaluatie van de Wkb in 2027 in het vooruitzicht verklapt Jansen nu al twee wensen: “De eerste: de praktijk van de eerste twee jaar laat zien dat het sanctietraject bij kwaliteitsborgers die hun werk niet goed doen te omslachtig en tijdrovend is. Wij zouden graag de mogelijkheid krijgen om eerder in te grijpen waar dat echt nodig is. De tweede: de informatiestroom tussen derde partijen – instrumentaanbieders, kwaliteitsborgers, gemeenten – en TloKB moet beter geregeld worden. Daar wordt hard aan gewerkt, maar er mag nog wel een tandje bij. Wellicht kan een verscherping van de wettelijke basis daar ook nog bij helpen. Zo kunnen we de kwaliteit van de bouwproductie tegen aanvaardbare kosten controleren en monitoren en ons motto waarmaken: Beter vertrouwen in de kwaliteit van bouwen.”

Columns

Lees nu ‘Meten met twee maten’, de eerste column in de reeks ‘Lessen van Jansen'. Op korte termijn volgt de tweede column. Hierin gaat Jansen in op het recente EIB-rapport 'Evaluatie Wet kwaliteitsborging – Ervaringsfeiten van twee jaar Wkb' en schetst hij een vooruitblik op de deskundigenbijeenkomst die de Eerste Kamer over deze wet organiseert.